Robbertjan Schravenhoff
Vacht
Strelen, steeds weer.
Wie streelt, merkt hoe de aandacht verschuift — hoe vingers hun weg zoeken, hoe de blik de haarrichting volgt. Gedachten worden trager. Het oppervlak toont zich als een terrein: levende harige landschappen met portalen, grotten, doolhoven. Wanneer ben je daar, wanneer nog hier?
Wie lang genoeg kijkt en tast, voelt hoe het onderscheid zachter wordt.
In de overgangszones — waar huid, haar en vacht elkaar raken — wordt de grens poreus. Misschien is dat wat Rainer Maria Rilke in de Achtste Elegie (1923) het ‘opene’ noemde: een plek waar binnen en buiten niet meer tegenover elkaar staan.
En ergens daar word je het dier dat in je woont.
Locaties
Betuwe Wereldwijd
Goilberdingerstraat 32
Locatienummer 8